1840 begin van onderwijs

Rond 1840 begon men zich aan De Kwakel te beijveren voor eigen onderwijs. Er ontstond een schoolstrijd, waarbij de gemeente Uithoorn in eerste instantie bleef weigeren mee te financieren hoewel dit wettelijk was vastgelegd. Voor het kerkbestuur van het toen schoolloze De Kwakel was dit onverteerbaar een eigen school werd als noodzakelijk gezien. De schoolopziener bevestigd dit in een verslag, geschreven naar aanleiding van zijn bezoek in 1842 aan De Kwakel.

* Gedane schoolbezoeken

Quakel, Vrouwenakker onder Uithoorn

Hier ter plaatse was lang reeds volstrekte behoefte gevoeld aan eene school. Vermits de verre afstand en vooral in het wintergetijde de ontoegankelijkheid der naburige schoolinrigtingen. Het verkrijgen van een geregeld onderrigt voor kinderen aldaar te huis behorende hoogst moeilijk zoo niet ondoenlijk maakte. Om hierin alzoo te voorzien verzochten eenige opgezetenen van de Quakel en Vrouwenakker de oprigting eener bijschool En werd dat verzoek bij voorbaad en tot een proef door hunez gesticht.

Gedeputeerde Staten van dit gewest in den aanvang van het vorig jaar ingewilligd onder verpligting van een behoorlijk schoollocaal aan te wijzen en een inkomen van minstens 300 gulden aan den onderwijzer jaarlijks te verzekeren. Onder medewerking van het gemeentebestuur van Uithoorn werd aan het eerste eenigermate, aan het laatste echter genoegzaam voldaan tot het nemen dezer proeve.

Voorts werd op daartoe gedane voordragt van het Gemeentebestuur in de maand November jl. de admissie verleend tot aanstelling van den onderwijzer A.M.J. Michels. Ten gevolge van wiens bemoeijingen een veertigtal kinderen zoo als bij bezoek onlangs bleek, nu reeds blijken van eenige vorderingen gaven, welke genoegzaam alle vroeger van onderwijs waren verstoken en om redenen boven vermeld, zoo als veelen van meer gevorderde leeftijd aldaar van alle onderwijs anders zouden zijn verstoken gebleven. Bij een toenemend getal van leerlingen wordt een beter en ruimer schoollocaal echter volstrekt behoefte, terwijl er voorts nog tot aanstelling van een vasten onderwijzer aldaar waartoe bovengemelde blijkt de bekwaamheden wel te bezitten eene nadere autorisatie zal behoren te worden verkregen. Omtrent de verdere door den ondergetekende sinds de najaarsvergadering bezochte scholen van Kroon in Watergraafsmeer, Bogman te Kudelstaart, Spruitenburg te Leijmuiden en Step te Aalsmeer acht de ondergetekende het dit maal overbodig in bijzonderheden te treden zich daaromtrent geheel en al gedragende aan zijne vorige rapporten. 

In augustus 1842 ging pastoor Naayers tezamen met zijn drie kerkmeesters, Pieter Könst, Jan Kruisheer en Pieter Zwetsloot naar Uithoorn om de raadsvergadering bij te wonen. De reden was een door de Provinciale Staten afgegeven machtiging om een school op te richten aan De Kwakel. De school was bedoeld voor een leerlingental van 40 en het salaris voor de onderwijzer en verdere onkosten diende minimaal 300 gulden te bedragen. Voor het kerkbestuur was dit aanleiding de gemeente om een bijdrage te vragen in de kosten. Dit kwam neer op 125 gulden voor het salaris van de onderwijzer en verder nog 30 tot 40 gulden voor de huur van het lokaal. De bewuste avond kwam het niet tot een toezegging van de gemeente Uithoorn. Op 22 september kwam het onderwerp wederom aan de orde waarbij ook het kerkbestuur weer aanwezig was. Nu resulteerde het in een afspraak dat de Gemeente 125 gulden betaalde voor het salaris van de onderwijzer en verder een bijdrage van 25 gulden voor de huur van het schoollokaal. In december 1842 werd opvolgend gestart met het onderwijs aan De Kwakel. Onderwijzer werd de uit Amsterdam afkomstige Antonius M. J. Michels (1823).

Het gebouw (een oud huis of schuur) waarin de school was ondergebracht verkeerde in slechte staat en was ondoelmatig om onderwijs in te geven. Er gingen zo enkele jaren voorbij maar de omstandigheden om er les te kunnen geven werden er niet beter op. Een dringend voorstel van de pastoor en onderwijzer Michels voor een nieuwe school werd op 1 juli 1846 in de gemeenteraad behandeld. Het voorstel werd afgewezen omdat het te duur was. Het aantal leerlingen, rond de veertig, was te gering en de gemeente betaalde naar eigen zeggen jaarlijks al een forse bijdrage van 150 gulden. Pastoor Naayers en onderwijzer Michels lieten het er niet bij zitten en zochten het hoger op bij Provincialenstaten. Deze stemde, ondanks tegenwerking van Uithoorn, in en stelde 900 gulden beschikbaar. Het Rijk deed eveneens een bijdrage van 900 gulden.

De Kwakelse gemeenschap bracht zelf het niet geringe bedrag van 800 gulden bij elkaar. Er waren nu voldoende middelen om de school met onderwijzerswoning te kunnen bouwen. De gemeente Uithoorn nam de onderhoudskosten voor haar rekening waaronder de kosten van erfpacht (5 gulden per jaar) voor de hoek grond waar de school werd gebouwd. Hier tegenover stond dat de bijdrage in de huur van de oude school kwam te vervallen. In 1849 werd de nieuwe school aan de Boterdijk opgeleverd en in gebruik genomen. Met de oplevering van de onderwijzerswoning huwde Michels in oktober 1849 met de Kwakelse Maria Leenders (1821/1899). Ondanks de nieuwe school bleef Uithoorn de school aan De Kwakel achterstellen ten opzichte van die in Uithoorn. Zo kreeg de Uithoornse onderwijzer jaarlijks 26 gulden voor aankoop van brandstoffen en 12 gulden voor de schoonmaak van de school. Michels had niet eens een geschikte kachel en diende het met 15 gulden te doen. Een bijdrage in kosten voor schoonmaak ontbrak geheel.

Voor leermiddelen gold een zelfde verhaal ook hier werd de school in Uithoorn voorgetrokken. Al met al geen plezierige omstandigheden die uiteindelijk het vertrek van onderwijzer Michels inluidde. Per oktober 1852 vertrok Michels als onderwijzer naar Nes a/d Amstel. Wilhelmus Luinen (1824/1883) werd zijn opvolger aan De Kwakel en kwam in de vrijgekomen onderwijzerswoning van de school te wonen. In de opvolgende decennia nam het aantal leerlingen toe waardoor de school te klein werd en niet meer aan de eisen voldeed. Met de stichting in 1879 van de Gemeente school wat verderop aan de Boterdijk werd deze school beëindigd.

Bewoners Boterdijk 211 door de jaren heen

1849-1852
Antonius Mathias Johannes Michels (1823) die vanaf 1842 actief was als onderwijzer betrok na de oplevering van de nieuwe school eind oktober 1849 de onderwijzerswoning. Gelijktijdig was de oorspronkelijk uit Amsterdam afkomstige Michels op 28-10-1849 gehuwd met de Kwakelse Maria Leenders (1821/1899). In 1851 werd hun zoon Johannes Bernardus geboren. In oktober 1852 is het gezin Michels naar Nes a/d Amstel verhuisd.

1852-1881
Onderwijzer Willem van Leunen (1824/1883) werd de opvolgende bewoner van de onderwijzerswoning. Willem was gehuwd met Antonia (Toontje) Letanche.

kinderen
Herman 1854 /1872
Toon 1856 /1865
Antoinette 14-10-1857 / 30-03-1935

Willem van Leunen overleed 21 februari 1883. Zijn weduwe Toontje Letanche verhuisde later naar Aarlanderveen waar dochter Antoinette (gehuwd met Jacobus v/d Bosch) woonde. Te Aarlanderveen overleed moeder Van Leunen Letanche op 08-07-1905.


1881-1915 / 1871-1945
Vanaf 1 mei 1881 nam Sippe Heeres Hendrikse (1840/1915) zijn intrek in de voormalige onderwijzerswoning. De schoollokalen deden nu dienst als werkplaats. Voordien woonde Sippe H. Hendrikse in het ernaast staande huis met werkplaats (Bot. 209, later woonde hier Hein Winter) dat hij daar in 1868 had gebouwd. Hendrikse is timmerman /aannemer van beroep en heeft ondermeer in 1873-1875 de Kwakelse kerk gebouwd. Ook de uit 1889 daterende houten genieloods van Fort a/d Drecht is van zijn hand. 

In december 1885 overleed Sippe Heeres zijn eerste vrouw Maria Martens. Een tweede huwelijk volgde in 1886 met Geertrude Hurts. Sippe Heeres Hendrikse zelf overleed in april 1915. Het aannemingsbedrijf is dan inmiddels in handen van zijn zoon Lodewijk Henricus (1871/1945). Deze Lodewijk was in 1902 gehuwd met de uit Apeldoorn afkomstige Johanna Maria Visser (1874/1934). Ze kwamen na hun huwelijk eerst op de Kerkwerft te wonen. Later keerde Lodewijk met zijn gezin terug naar Boterdijk 211. Begin januari 1945 is, toen inmiddels weduwnaar, Lodewijk Henricus Hendrikse overleden. 

Bron: Jeroen van Doorn - Kudelstaart.