Tobi Ten Velden - 22 mei 2008

Elke week wordt een Uithoornaar of Kwakelaar door het Witte Weekblad geïnterviewd. Hij of zij nodigt zelf een opvolger uit en bedenkt de eerste vraag. Vorige week nodigde Dennis Vlasman Tobi ten Velden (32) uit. Tobi komt oorspronkelijk uit Hoofddorp en trok twee jaar geleden in bij zijn vriendin Barbara, die in Uithoorn woont. Tobi werkt sinds tien jaar met plezier als luchtvrachtexpediteur op Schiphol, waar hij zowel grote als kleine pakketten verstuurt. In zijn vrije tijd speelt Tobi in hardcore-bands. Dennis wil hem vragen wanneer bij hem de interesse voor deze muzieksoort is gewekt.

Op de eerste vraag antwoordt Tobi:

"Om te beginnen wil ik graag uitleggen dat ik me bezighoud met de heavy metal punkvariant en niet met het hardcore housegenre; daar zit een groot verschil tussen. Het is bij mij begonnen toen ik tien à twaalf jaar was en ik de band Iron Maiden leerde kennen. De muziek vond ik goed en de foto's van de band vond ik geweldig. In de muziek kun je je hele emotie leggen en ik merkte dat ik me er goed bij voelde. Het ging eigenlijk vanzelf 'van kwaad tot erger'; al snel begon ik bands als Metallica en Slayer ook goed te vinden. Bij hardcore gaat het om fysieke uitspattingen, je kunt als luisteraar en als bandlid volledig los gaan. Headbangen, stagediving, het hoort er allemaal bij. Mijn eerste gitaar kocht ik toen ik achttien was. Ik wilde graag net zo goed spelen als de leden van de bands die ik goed vond. Ik heb enige tijd bij een muziekschool les gehad, maar daar hield ik het snel voor gezien omdat je dan alleen leert eenvoudige deuntjes te spelen. Hardcore is nog iets heel anders, dat wilde ik veel liever. Dat liep dus niet zo goed.

 

Toen ik in contact kwam met een jongen die een drumstel had gekocht, niet kon drummen maar hetzelfde idee als ik had, zijn we samen aan de slag gegaan. De basis van hardcore is eenvoudig en we zijn in een schuur de liedjes gewoon gaan naspelen. Met een paar akkoorden kun je al snel covers naspelen en zo zijn we begonnen. Er kwamen meer mensen bij en voor ik het wist vormden we een bandje: Standard. Met die band uit Hoofddorp heb ik erg veel plezier gehad, we hebben het ongeveer vijf jaar lang gedaan. We traden ook op, in heel Nederland. We speelden op festivals en we hebben ook in jongerencentra gestaan. We hebben verschillende cd's gemaakt. Het ging in die tijd anders dan nu; het was hard werken om resultaat te zien. Op een gegeven moment moesten we stoppen met de band omdat onze zanger stemproblemen kreeg. Vervolgens ben ik met een stel jongens uit De Kwakel begonnen met een nieuwe band, Dark Day Rising, en zijn we weer begonnen met oefenen in een schuur. Deze band was wat meer metal-georiënteerd en dat ging ons prima af. Met deze band speelden we op grote festivals, zoals Fields of Rock. Ook lokale festivals gingen we graag af en uiteindelijk hebben we dat een jaar of vier gedaan. De band viel uit elkaar door te grote muzikale verschillen, we zijn allemaal onze eigen weg gegaan.''

Wat vindt u het leukste aan spelen in een hardcore-band en hoe staat het er tegenwoordig
voor?

"De bandleden zijn nu allemaal wat ouder. Op een gegeven moment merk je dat je toch op een andere manier met de muziek omgaat. Werk wordt belangrijker en hoewel ik altijd ben blijven spelen, net als veel anderen, gaat het nu vooral om het plezier en de vriendschap met de andere bandleden en komt het succes van de band meer op de tweede plaats. We treden niet vaak meer op met onze nieuwe band, 'Fate comes Along' en de wekelijkse repetitie is vooral bedoeld voor de gezelligheid. Deze band hebben we in 2005 opgericht. De band bestaat uit vijf personen: twee gitaristen, een zanger, een drummer en een bassist, ik zelf. De noodzaak om live te spelen voor publiek is minder en het plezier van het samen bezig zijn is belangrijker geworden. We kunnen ons er allemaal in vinden. Inmiddels ben ik de oudste van de band, maar we zijn allemaal gesetteld, hebben een baan en ons leven op orde. Teksten van de nummers die we schrijven, zijn daardoor ook anders dan teksten van vroeger. Op jongere leeftijd gingen teksten vooral over de maatschappij en wil je tegen het gezag aanschoppen. Nu gaan onze teksten vooral over het leven en is het allemaal wat serieuzer geworden. De muziek blijft echter wel ongeveer gelijk, hardcore dus! Hardcore is vooral een uitlaatklep.

Bovendien is het zo dat hardcore-liefhebbers er wel vaak ruig uitzien, maar het zijn over het algemeen hele lieve jongens ... Binnen de hardcore zijn veel verschillende subculturen, voor elk denkbeeld is wel een stijl. Het gaat vooral om de manier waarop de boodschap wordt gebracht. Zelf speel ik in nog een band, Mosquito, daar kan ik me eveneens goed in vinden.
Hardcore vreet energie, maar het is een heerlijke manier om je af te reageren."

Hoe reageren vrienden, familie op uw passie voor hardcore?

"Als ouders hoop je dat je kind niet ontspoort. Daar waren mijn ouders best even bang voor, maar ze hebben me veel gesteund en zijn ook bij optredens geweest. De bandleden zijn vrienden van me, we vormen een hechte club. We gaan samen met vakantie en we doen elk jaar mee met de Kwakelse Kermisoptocht. Als DKHC (De Kwakel Hardcore) scoren we vaak hoog, we zijn meermalen
geëindigd in de top 3. Eerste zijn we nog niet geworden, maar wie weet lukt het nog eens. Hardcore is een leefstijl, mijn sociale leven draait grotendeels om de muziek. In onze groep zijn mensen
getrouwd, ze hebben kinderen en verschillende soorten werk, maar het is gewoon heel gezellig. De tolerantie overheerst en eigenlijk vormen we één grote familie."

Hoe ziet u de toekomst?

"Binnen de hardcore heb ik met de band het hoogst haalbare al bereikt: spelen op hoog niveau en wekelijks optreden. We hebben al met de grote bands op het podium gestaan en daar streef ik dus niet meer naar. Ik zou nog wel cd's willen maken. Verder hoop ik nog tot op hoge leeftijd te kunnen blijven spelen. Met de huidige band treden we 14 juni op in Amsterdam en in september staan we in het jongerencentrum N201 in Aalsmeer. Dat is gewoon heel leuk om te doen. We zijn over het punt heen
dat we ons brood niet kunnen verdienen met het maken van muziek, maar verder willen
we gewoon plezier hebben."

Heeft u nog iets toe te voegen aan dit Kettinggesprek?

"Ik ben bewust in deze buurt gaan wonen omdat het in Hoofddorp leuk wonen was maar ik in deze buurt meer vrienden en kennissen heb. Bovendien houd ik van De Kwakel als dorp. Vooral de echte dorpse dingen zoals het Polderfeest en de Kwakelse Kermis vind ik erg aantrekkelijk. Nu woon ik vlakbij De Kwakel. Ik ga naar Kudelstaart verhuizen, maar dat is uiteraard ook om de hoek bij De Kwakel."

Wie wilt u uitnodigen voor het volgende Kettinggesprek en wat wilt u vragen?

"Ik wil graag Dirk Plasmeijer uitnodigen. Dirk is een echte Kwakelaar en heeft een passie
voor documentatie. Vooral de Kwakelse Kermis heeft zijn interesse en hij heeft er
al een boek over geschreven. Ik wil van hem weten waar zijn passie vandaan komt. "

Witte weekblad Tekst:Samira Fiesler Foto:Patrick Hesse, Visionquest.nl