1990 - Kwakelaar verdiept zich in geschiedenis boerderij

Ruim tien jaar geleden begon hij aan de restauratie van de boerderij, na eerst nog pogingen te hebben gedaan het huis op te laten nemen in het Openluchtmuseum van Arnhem. Medewerkers van het museum onderzochten de 'Halle Hoeve', zoals de. Boerderij nu heet, op ouderdom. Maar, zo schreef de directeur van het museum in '74 aan Lek, de boerderij had niet de 'authentieke stijl' die het museum nog zocht , Lek laat de brief zien.

Hij plukt hem uit een grote stapel papieren, kaarten, knipsels en foto's die hij om zich heen verzameld heeft in de huiskamer. De huiskamer is het oudste deel van het huis. De lamp is aan, want de vier ramen in de stijl van de zeventiende /achttiende eeuw laten niet veel daglicht door. Een van de nadelen van het bewonen van zo'n pand, geven de Leks toe. Maar, zegt zijn vrouw Annelies "als je er nieuw ramen inzet, verander je het pand". En dat is de bedoeling niet. Zelfs de balken en het plafond zijn in de bruine kleur geschilderd die de kamer vroeger altijd had. Het hoort zo, dus wordt het zo hersteld en gelaten.

Rijpen
Toch heeft de familie niet altijd zo over het pand gedacht. Het eerste plan was om de boerderij te slopen en een heel nieuw huis op de grond te bouwen. Cock: "Misschien moest het gevoel voor ouderdom eerst rijpen. Het was zo'n oud rommeltje. De boerderij heeft zo'n jaar of vijf leeggestaan en gediend als opslag voor oud papier voor de verkenners.
Er stonden ook kistjes, plastic en riet- matten voor de kwekerij. Het huis werd vochtiger, we hebben er nog een noodverwarming ingezet tegen rotting. Iedereen vraagt wat je er mee gaat doen. Langzaam komt er meer begrip voor oudheid en is het eigenlijk wel zonde om te slopen. Nu vind Ik elke steen die ze wegslopen zonde. Omdat er zoveel aan oude gebouwen weggaat." De Familie Lek kwam in '28 aan de Drechtdijk wonen.

Daar waar vroeger een asbesten muurtje stond, bleek een openhaard te zijn weggemetseld. En onder de vloer liggen nog de contouren van een heel oud huisje dat voor de boerderij op de zelfde plek evenwijdig aan de Drechtdijk stond. Cock Lek, die in een van de oudste boerderijen van De Kwakel woont, blijft zoeken naar oude muren en contouren van zijn huis en is geïntrigeerd door de families die de boerderij ooit bewoond hebben.

In eerste instantie huurde vader Lek van boer Broere land om te tuinen. Later kocht hij een klein stukje land om een huis te bouwen. Toen de boer te oud werd om zijn vak nog langer uit te oefenen, kocht de oudste Lek beetje bij beetje het land op. Hij huurde toen al 24 jaar land bij de boer. Cock kende de oude boer en boerin Broere nog, die hij steevast 'buurman en buurvrouw' noemt. "Buurvrouw was echt een vrouw uit een vorige generatie. Ze droeg een lange zwarte jas, slobkousen en van die lange laarzen. Op zondag kwamen na de kerk altijd mensen koffie bij haar drinken. Ze was een soort nieuwsblad, wist altijd alle nieuwtjes.

De boer en boerin gingen nog in het donker melken. Buurvrouw deed het werk toen de boer er te oud voor geworden was. Zij trok de roeiboot voort." De roeiboot die de Broeres van de boerderij naar het land moest brengen, want een brug over de achterliggende sloot was er niet. "Het vee werd vastgezet in een bok en moest overgevaren worden. Ik zou nu geen vee meer in een bok durven jagen, maar het was een boer met weinig vee, dus hij kende zijn beesten goed." Vader Lek had het land en de boerderij gekocht met recht van erf en bewoning voor de Broeres.

De grond werd opgesplitst voor de vier zonen, waarbij Cock het stuk met de boerderij kreeg. Een stuk land waar hij nog niets mee kon. 'Buuv' wilde absoluut niet van de boerderij weg, ook al had de nicht die voor haar zorgde zelfs een huisje elders voor haar. Cock Lek woonde eerst bij zijn broer op het land, verhuisde naar De Kuil en kwam later in het huis naast de boerderij terecht. Het zou nog vijf jaar duren voordat de familie aan de renovatie van de boerderij begon.

Stal
Het pand was inmiddels door de gemeente als bouwval verklaard. "Je keek door de wanden heen.
In eerste instantie was het te duur om het te restaureren. Het Open-luchtmuseum wilde het niet hebben omdat de boerderij een overgangstijl tussen de Utrechtse Heuvelrugstijl en de Zuid-Hollandstijl was. Bovendien was een stuk van de schuren voor de kwekerij weg gesloopt. De boerderij was niet meer compleet.

De mensen vertelden altijd al dat er vroeger een veel grotere stal aan de boerderij vast zat. Ik geloofde dat nooit, maar een poosje geleden zag ik een kaart uit de negentiende eeuw." De kaart toont de vroegere Drechtdijk en een plan om een weg aan te leggen aan de andere kant van het water.
Er liep een looppad van het centrumpje van De Kwakel tot de hoogte van de boerderij. Volgens het plan zou daar een ophaalbrug moeten komen om de wandelaar naar de overkant van het water te brengen, waar de weg op de dijk aangelegd zou worden. Op de kaart zijn heel duidelijk de contouren van de boerderij aangegeven. Daaruit blijkt dat het pand vroeger inderdaad veel groter was. "Het pand had een andere vorm. Ik dacht altijd dat ze een schuurtje bijgetekend hadden, maar dat is dus niet zo," Een muurtje naast zijn voordeur geeft nog een gedeelte van de oude vorm aan. De vloer in de huiskamer ging er bij de renovatie helemaal uit. Na het uitscheppen van een laag zand kwam een oude fundering te voorschijn. "Je kon de afmetingen van de oude kamers zien. Het huisje lag evenwijdig aan de dijk.

Bij dat huisje hoorde ook de waterput die we laatst hebben gevonden. De put lag, zover we dat kunnen zien, achter dat oude huisje op het erf. Bij de boerderij hoorde hij niet, want dat zou betekenen dat de put midden in de stal stond."

De put kwam tevoorschijn toen Lek de verzakte stoep voor zijn voordeur wilde ophogen. De put ligt nu onder een houten overgangetje naar zijn huisdeur. Als hij de deksel optilt, zie je liet gas borrelen.

"Ik noem het maar brongas. Het ontstaat uit het rottende veen." Hoewel de boerderij van alle moderne gemakken is voorzien, is zoveel mogelijk van het oude behouden gebleven. Boven de open haard zijn tegels die vroeger rond de oude schouw zaten, aangebracht. Het vuurputje dat op de plaats van de moderne haard stond, zit nog onder de grond. De oude schoorsteen, waar nu afvoerpijpen in verborgen zijn, en een 'rookkast' zijn op zolder in tact gebleven. In de slaapkamer is nog een van de twee oude bedstees te gebruiken. "Dat was wel gemakkelijk als er een kind ziek was. Die kon dan dicht bij ons slapen," zegt Annelies Lek. Het is 'buurvrouws kant, legt ze uit.

Cock en Annelies lek zijn blij dat ze hun oude boerderij uiteindelijk niet vervangen hebben voor nieuwbouw. De bedstee van de buurman heeft plaatsgemaakt voor een gewoon bed. Het daglicht in de slaapkamer valt door een klein oud stalraampje. Frisse lucht komt binnen door een luikje dat de Leks aangebracht heb- ben, omdat de oude ramen niet open konden. Het lijkt op een patrijs. Annelies haalt een plastic huls weg, waardoor de oude buitenmuur zichtbaar wordt. Ook is te zien hoe de boerderij geïsoleerd is. Een dikke laag isolatiemateriaal zit tussen de muur en de 'binnenmuur'. Staanders van de oude stal, waar de koeien aan vast stonden, zijn nog terug te vinden in de 'bijkeuken' en de wc.

Maar niet alleen de oude contouren, de oudheid van het huis en de grond interesseert de familie, ook de opvolgende families die er woonden, hebben hun belangstelling. Cock probeert te achterhalen wie er allemaal op het land gewoond 'heeft. "Het gaat je intrigeren en je vraagt eens bij de notaris wie er gewoond heeft. Ik heb ook al in het kadaster en de kerkboeken gezocht." Tot nu toe weet hij dat zijn oude buurman Gerrit Broere een van de zeven kinderen was van Jan Broere. Jan was weer een zoon van Dirk Broere die getrouwd was met Elisabeth van den Tempel.'

"In het allereerste kadaster uit 1830 vond ik dat de eigenaar van de grond Jan van den Tempel was. Als 'vruchtgebruikers' stonden Dirk Broere en Elisabeth van den Tempel ingeschreven. Elisabeth was waarschijnlijk een dochter van Jan die op het land mocht wonen. In de kerkboeken heb ik ook een Jan van den Tempel gevonden die in 1792 met Meintje van Rossum trouwde. In 1800 trouwde dezelfde Jan met een Zusje Bunnik. Dan komen de Broeres, maar ik zie nog geen verbinding. De dochter van Jan van den Tempel trouwt ermee, maar het is nog niet duidelijk waar ze vandaan kwamen. Wel weet ik dat vier weeskinderen Broere 1773 onder de Kwakelse armenzorg vielen. Verder ben ik nog niet gekomen, ik moet nog naar het archief van de armenzorg."

Tekst: Ellen van der Linden, Foto Anko Staffels
Weekmedia 15 Woensdag 25 juli 1990.
Bron: archief André Winter.